Hans Andreus

Hans Andreus werd in 1926 in Amsterdam geboren. Na zijn HBS-opleiding ging hij naar de toneelschool. In de vijftiger jaren vertrok hij voor twee weken naar Parijs, om vijf jaar later terug te komen. Inmiddels waren zijn gedichtenbundels Muziek voor kijkdieren (debuut 1951) en Schilderkunst (1954) verschenen, waarmee hij tot zijn verbazing meteen naam maakte. Zijn leven lang zou Andreus blijven schrijven, tot hij in 1977 overleed.
Op poëziegebied wordt Hans Andreus nogal eens tot de experimentele dichtersgroep de Vijftigers gerekend, maar met zijn onontkoombare eigen geluid en visie vormt hij eigenlijk een richting apart. Hoewel hij zichzelf 'dichter' noemde, beoefende Hans Andreus het schrijversvak op een zeer veelzijdige manier. Naast proza en poëzie voor volwassenen, schreef hij een groot aantal versjes- en verhalenbundels voor kinderen. Het laatste vormde zelfs het grootste deel van zijn oeuvre.
Door zijn veelzijdigheid kon Andreus leven van de pen. Zijn kinderverhalen zijn erg fantasierijk, zijn taalgebruik is speels, lichtvoetig, met veel gevoel voor klank en ritme. Terecht is zijn werk meerdere malen bekroond. Zo behaalde de versjesbundel De Rommeltuin in 1971 een zilveren griffel en werd Meester Pompelmoes en de mompelpoes in 1969 door de CPNB onderscheiden als 'Kinderboek van het jaar'.
Het bekendst zijn de Pompelmoes-boeken geworden, waarin Meester Pompelmoes en zijn huisgenoten Joachim de Geleerde Kater en De Fleurige Hond de hoofdrol spelen.