William Shakespeare

Al tijdens zijn leven werd Shakespeare geprezen voor zijn werk. “Onder de Engelsen is Shakespeare de beste schrijver van komedies en tragedies,” schreef Francis Meres. Tegenwoordig is hij over de hele wereld bekend om zijn toneelstukken en gedichten, zijn rijke beeldspraak en beroemde personages zoals Hamlet, Lady Macbeth, of Romeo en Julia. Zijn komedies, tragedies, en koningsdrama’s worden in alle talen opgevoerd, zijn naam is overal bekend. Maar wie was hij eigenlijk?
Een van de weinige dingen die we echt zeker weten over het leven van William Shakespeare, is dat zijn ouders hem op 26 april 1564 lieten dopen in de Holy Trinity Church in Stratford-upon-Avon. Omdat het in die tijd gebruikelijk was om kinderen op de derde dag na hun geboorte te laten dopen, wordt aangenomen dat hij werd geboren op 23 april.
Zijn moeder heette Mary Arden, en was de dochter van een rijke landeigenaar uit Wilmcote, een dorp in de buurt van Stratford. John Shakespeare, de vader van de dichter, maakte handschoenen, handelde in wol, was wethouder en werd in 1586 burgemeester van Stratford. Shakespeares geboortedorp ligt aan de rivier de Avon, in het hart van Engeland en was in die tijd was een drukbezocht marktdorp.
Vanaf zijn zevende bezocht William de lagere school in Stratford, waar hij wiskunde, Latijn en Grieks leerde. Zo kwam hij al op jeugdige leeftijd in aanraking met beroemde meesterwerken als de Metamorphosen van Ovidius en de blijspelen van Plautus, die hij later in zijn toneelstukken zou gebruiken. Waarschijnlijk verliet hij de schoolbanken toen hij vijftien jaar oud was. Het is niet bekend wat hij toen deed. Hij ging in ieder geval niet naar een universiteit, maar bleef waarschijnlijk in het dorp om bij zijn vader in de werkplaats te werken.
Toen hij 18 jaar oud was, trouwde William Shakespeare met Anne Hathaway. Zij was acht jaar ouder dan hij, en kwam uit een welgesteld boerengezin uit het naburige Shottery. Zes maanden na hun huwelijk werd Susanna geboren, en in 1585 werden ze de ouders van een tweeling, een meisje Judith en een jongen Hamnet. Kort na de geboorte van de tweeling ging Shakespeare weg uit Stratford. Omdat niemand weet waar Shakespeare tussen 1585 en 1592 was, en wat hij deed, worden deze jaren vaak de “verloren jaren” genoemd. Er is een oud verhaal dat vertelt hoe hij op een dag werd betrapt toen hij herten aan het stropen was in het park van Sir Thomas Lucy, en hoe hij daarom moest vluchten uit zijn geboortedorp. Anderen denken dat hij misschien schoolmeester werd in Lancashire. Misschien reisde hij zelfs naar Neder-land met de troepen van Leicester, om te vechten tegen het Spaanse leger dat ons land bezette, of ging hij als spion naar Europa. Weer een andere theorie is dat hij met rond-trekkende spelers meeging naar Londen en zo betrokken raakte bij de wereld van het theater.
In 1567 werd in Londen het eerste beroepstheater gebouwd: de Rode Leeuw. Daarna volgden er al snel meer theaters, zoals Het Theater, De Roos en De Zwaan. Gelukkig bracht de Utrechtenaar Johannes de Witt in 1596 een bezoek aan dit laatste theater, en dankzij hem hebben wij nu een goed idee van het interieur. Omdat de bestuurders van Londen bang waren voor ongeregeldheden, besmetting door de pest en verspreiding van ziektes, wanneer grote groepen mensen naar een toneelstuk kwamen, stonden de cirkelvormige openluchttheaters vaak buiten de muren van de stad. Het toneel werd niet afgeschermd door een gordijn, maar reikte het ver het theater in. Toeschouwers zaten in de galerijen, of stonden om het podium op de grond. Voor een extra penny kreeg je er een kussen bij. Boven het toneel was een afdak, maar het theater zelf was niet overdekt. De voorstellingen werden ’s middags gegeven, bij daglicht. Er werden niet veel decorstukken gebruikt, maar de spelers droegen wel kostuums die rijkelijk waren uitgedost met goud, kant en juwelen. Het interieur zelf was ook bont gekleurd en versierd. Het publiek had wel andere manieren dan wij in een schouwburg: toeschouwers dronken bier en aten hazelnoten en sinaasappels tijdens de voorstelling. Om aan te kondigen dat er een toneelstuk zou worden gespeeld werd er op trompetten geblazen en werd er een vlag in de top van het theater gehesen: een witte vlag voor een komedie, een zwarte voor tragedie en een rode voor een koningsdrama. In deze theaters speelden verschillende toneelgezelschappen, die vernoemd waren naar hun bescherm-heer of bescherm-vrouwe. Vaak bestond een gezelschap uit ongeveer acht man. Vrouwen mochten niet op het publieke toneel acteren, en vrouwenrollen werden daarom gespeeld door jongens die nog geen baard in de keel hadden. Wanneer een vrouw zich in de komedies dus vermomt als een jongen, zoals Rosalind in Wat u wilt, zag Shakespeares publiek dus een jongen, die speelt dat hij een vrouw is, die zich verkleedt als een jongen!
Dat Shakespeare in 1592 naam had gemaakt in de Londense theaterwereld, weten we omdat een collega van hem jaloers was op zijn succes. Robert Greene noemde hem een “upstart crow,” een parvenu die hier niets te zoeken had. Shakespeare had toen al een paar toneelstukken geschreven: de koningsdrama's over Hendrik de zesde, Twee heren uit Verona en Titus Andronicus. In 1593 werd zijn toneel carrière echter een halt toegeroepen toen er in Londen een pestepidemie uitbrak. Alle theaters werden gesloten uit angst voor besmetting en toneelgezelschappen vluchtten de stad uit. De deuren van de theaters bleven meer dan een jaar lang gesloten en Shakespeare had daardoor geen inkomen uit zijn toneelstukken. Daarom schreeft hij twee lange gedichten, vertolkingen van klassieke verhalen: Venus en Adonis (1593) en De verkrachting van Lucretia (1594). Hij droeg zijn gedichten op aan Henry Wriothesly, een jonge graaf aan het hof van koningin Elizabeth I, in de hoop dat die zijn beschermheer zou worden. Omdat er nog geen auteursrecht bestond en schrijvers niet veel geld verdienden met het publiceren van hun werk, probeerden dichters vaak in het gevlij te komen bij edellieden. Wanneer zo’n rijke man of vrouw de gedichten mooi vond, bood dat een bron van inkomsten en bescherming voor de dichter. In diezelfde periode schreef hij waarschijnlijk ook zijn cyclus van 154 sonnetten. Hij liet die veertien-regelige gedichten waarschijnlijk alleen lezen aan kennissen, ze werden pas veel later, in 1609, gepubliceerd. Gewoonlijk waren sonnetten gericht aan een onbereikbare vrouw en vertelden ze over de onbeantwoorde liefde van de spreker. Shakespeare vernieuwde het genre echter, zijn klinkdichten vertolken de gevoelens van een dichter voor een jonge blonde man en een donkere vrouw, en hij introduceerde ook een nieuw rijmschema.
Toen de theaters in 1594 weer opengingen, was Shakespeare een van de oprichters van de Lord Chamberlain's Men, het toneelgezelschap waar hij de rest van zijn carrière voor zou blijven schrijven. Een van de mede-oprichters was Richard Burbage, de zoon van een timmerman die veel wist van theaterbouw. Richard Burbage werd een beroemd acteur, hij vertolkte bij het gezelschap de hoofdrollen van Hamlet, Othello en Koning Lear. Een ander beroemd lid van het gezelschap was de clown Will Kemp, die Bottom speelde in Een midzomernachtdroom. Shakespeare acteerde zelf ook: volgens de overlevering speelde hij Adam in Wat u wilt, en de geest van Hamlets vader in Hamlet. Hij was een van de aandeelhouders in het gezelschap, en maakte zo aanspraak op een deel van de winst die de spelers maakten. In 1597 was hij zo rijk dat hij in zijn geboortedorp Stratford het op één na grootste huis kocht, New Place.
In 1598 kwamen de Lord Chamberlain’s Men in de problemen toen de landeigenaar van hun theater de grond niet langer aan de acteurs wilde verhuren. Na mislukte pogingen tot overleg trok een groep acteurs en timmerlieden in een winternacht naar het theater. Ze ontmantelden het helemaal, en brachten al het hout met boten naar de zuidoever van de Theems. Daar bouwden de spelers van de kamerheer hun nieuwe theater: de Globe. Deze “houten O,” zoals Shakespeare het noemt in Hendrik V, bood plaats aan 3000 toeschouwers. In Londen kun je tegenwoordig het Nieuwe Globetheater bezoeken, een replica van Shakespeares theater. Het staat op bijna dezelfde plaats waar het vroeger stond en is zo nauwkeurig mogelijk nagebouwd. In de zomermaanden worden er stukken van Shakespeare en zijn tijdgenoten opgevoerd.
Er braken bijzonder succesvolle jaren aan voor Shakespeare en zijn toneelgezel-schap. In het jaar waarin zij de Globe betrokken speelden ze de nieuwe stukken Hendrik V en Julius Caesar. Toen koningin Elizabeth in 1603 overleed, werd zij opgevolgd door koning Jacobus de eerste, die de Lord Chamberlain’s Men tot zijn koninklijke acteurs maakte. Van toen af aan heetten zij dan ook The King’s Men - de mannen van de koning. In de jaren die volgden schreef Shakespeare zijn beroemdste tragedies: Hamlet, Othello, Koning Lear en Macbeth, en de serieuzere komedies, waaronder Troilus en Cressida, Leer om leer, en Eind goed, al goed.
In 1608 breidden de King’s Men hun toneelactiviteiten uit met een overdekte schouwburg, Blackfriars, op de andere oever van de Theems. Dit was een kleiner theater voor een rijker elite-publiek. Het was uitgerust met machines die allerlei theatrale effecten mogelijk maakten, zoals de vliegende Ariel in De Storm. Dat stuk is waarschijnlijk het laatste dat Shakespeare alleen schreef. Hij werkte daarna samen met John Fletcher, onder meer aan Hendrik VIII. Dat koningsdrama veroorzaakte bijna een ramp toen er tijdens de voorstelling een kanon verkeerd werd afgevuurd en het rieten afdak van het theater vlam vatte. De Globe brandde tot op de grond af, maar gelukkig overleefden alle toeschouwers de brand.
Rond de tijd van die grote brand woonde Shakespeare al niet meer in Londen. Hij was voorgoed teruggegaan naar zijn huis in Stratford-upon-Avon. Zijn dochter Susanna was inmiddels getrouwd met de dokter van het dorp, John Hall. Zijn andere dochter, Judith, trouwde in 1616 met een wijnhandelaar, Thomas Quiney. In datzelfde jaar maakte Shakespeare zijn testament op. Op 23 april 1616 overleed hij, precies 52 jaar oud. Hij werd begraven in de Holy Trinity Church, waar nu jaarlijks miljoenen bezoekers ut de hele wereld zijn graf bezoeken, en de woorden op zijn grafsteen lezen. In het Nederlands klinken die zo:
Goede vriend, ik vraag met klem in dit gedicht
Niet te wroeten in het stof dat hier begraven ligt
Gezegend zij de man die deze stenen spaart,
Vervloekt degeen die mijn botten ontwaart.